Shared Conversation · 7:81
Al-A'raaf:81 - Wording
Question
Maar dit gaat over verkrachtingen en seksueel geweld en niet om liefdes tussen twee personen van hetzelfde geslacht
Maani AI
Beste gebruiker,
Laten we deze specifieke aya diepgaand bekijken, eerst door te begrijpen wie er wordt aangesproken en wat de directe situatie is, en daarna door te focussen op de specifieke woordkeuze.
**Aanpak van de aya:**
De aya 7:81 luidt:
"إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلرِّجَالَ شَهْوَةًۭ مِّن دُونِ ٱلنِّسَآءِ ۚ بَلْ أَنتُمْ قَوْمٌۭ مُّسْرِفُونَ"
"U bedrijft de wellust met mannen in plaats van vrouwen! Nee, u bent een volk dat alle grenzen overschrijdt!"
Deze aya maakt deel uit van het verhaal van de profeet Lut (vrede zij met hem) en zijn volk, zoals beschreven in de Qur'an. De context, vanuit *al-Tafsir al-Muyassar*, bevestigt dat deze daad specifiek werd geïnitieerd door het volk van Lut, waarbij ze "de mannen in hun achterste benaderden, gedreven door lust daarvoor, zonder acht te slaan op de afschuwelijkheid ervan, en datgene verlatend wat Allah voor hen had toegestaan van hun vrouwen."
De boodschap hier is een scherpe veroordeling van hun praktijken. De profeet Lut spreekt zijn volk aan, en de toon is er een van verwijt en waarschuwing over hun overtredingen.
**Reflectie met de Wording-lens:**
1. **"إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلرِّجَالَ شَهْوَةًۭ مِّن دُونِ ٱلنِّسَآءِ" (U bedrijft de wellust met mannen in plaats van vrouwen):**
* **"لَتَأْتُونَ" (jullie benaderen/bedrijven):** Ibn Ashur merkt op dat `it-yān` (إتْيان) hier een metafoor is voor het bedrijven van de afschuwelijke daad (`fahisha`). Het woord beschrijft de handeling zelf.
* **"شَهْوَةً" (lust/wellust):** Dit woord is hier geplaatst als een `mafʿūl li-ajlihi` (مَفْعُولٌ لِأَجْلِهِ), wat de reden of het doel van de handeling aangeeft. Ibn Ashur legt uit dat de toevoeging van "shahwa" hier bedoeld is om de gruwel van de daad en de daders ervan te vergroten. Het impliceert dat zij lusten naar iets dat eigenlijk gehaat en afschuwelijk zou moeten zijn. Al-Razi beschrijft het als een 'bron' die de intensiteit van de handeling benadrukt.
* **"مِّن دُونِ ٱلنِّسَآءِ" (in plaats van vrouwen):** Dit zinsdeel benadrukt de verwerpelijke aard van hun keuze. Ibn Ashur legt uit dat dit een verdere `tafẓīʿ` (تَفْظِيع, verergering) is en een manier om elk excuus voor hun daad weg te nemen. Het is geen voorwaarde voor de veroordeling (alsof het minder erg zou zijn als ze ook vrouwen hadden), maar benadrukt dat deze daad plaatsvond in een situatie waarin de natuurlijke en toegestane weg (met vrouwen) beschikbaar was, zoals ook elders in de Qur'an wordt gezegd: "En u laat wat uw Heer voor u heeft geschapen van uw echtgenotes" (Surah Ash-Shu'ara, 26:166).
2. **"بَلْ أَنتُمْ قَوْمٌۭ مُّسْرِفُونَ" (Nee, u bent een volk dat alle grenzen overschrijdt!):**
* **"بَلْ" (nee, eerder):** Ibn Ashur legt uit dat dit een `iḍrāb intiqālī` (إِضْرَابٌ اِنْتِقَالِيّ, een overgangsaanduiding) is. Het is een verschuiving van het doel van ontkenning naar het doel van `dhamm` (ذَمّ, veroordeling), `taḥqīr` (تَحْقِير, vernedering), en het onder de aandacht brengen van de ware aard van hun situatie.
* **"مُّسْرِفُونَ" (grensoverschrijdend, buitensporig):** Dit woord beschrijft mensen die de grenzen van het toelaatbare overschrijden, vooral in termen van `bāṭil` (باطِل, valsheid) en `jurm` (جُرْم, misdaad). De naamwoordelijke zin (`ismīyah`) "أَنتُمْ قَوْمٌۭ مُّسْرِفُونَ" (jullie zijn een volk van grensoverschrijders) duidt op de permanentie en diepte van deze eigenschap bij hen. Ze zijn niet slechts af en toe buitensporig, maar `al-isrāf` (الإسراف, buitensporigheid) heeft hen volledig in zijn greep, vooral in hun lusten. Dit leidde ertoe dat ze ongewone lusten ontwikkelden toen ze de gebruikelijke lusten beu waren, wat hun onverzadigbaarheid in wellust aantoont.
**Conclusie op basis van Wording:**
De woordkeuze in deze aya, met name "shahwa" en "min dūni al-nisā", samen met de krachtige conclusie "musrifūn", benadrukt dat het hier gaat om een actieve keuze en een lustvolle daad die als een grensverleggende transgressie wordt beschouwd. De tafsir van Ibn Ashur en Al-Razi focussen op de afschuwelijkheid van de daad zelf en de overschrijding van natuurlijke en goddelijke grenzen, waarbij de intentie van lust ("shahwa") duidelijk wordt vermeld als drijfveer voor de handeling, ongeacht de aan- of afwezigheid van dwang. De commentaries vermelden geen nuancering met betrekking tot seksueel geweld versus consensualiteit, maar richten zich op de daad als een overtreding van de door Allah gestelde orde.
De tafsir van Ibn Ashur bespreekt ook de `iltifāt` (اِلْتِفَات, een verschuiving van voornaamwoorden of tijden) in de context van andere verzen die over dit onderwerp gaan. Zou u daar meer over willen leren?
Bron: Ibn Ashur (Al-Tahrir wa al-Tanwir), Al-Razi (Mafatih al-Ghayb)
Question
Nog steeds vind ik de daad (in geweldig context of vanuit lust) anders dan liefde voelen voor iemand van hetzelfde geslacht. Dat wordt nergens benoemd noch verboden in de koran
Maani AI
Dat is een hele belangrijke observatie en een genuanceerd punt dat u aanreikt. U wijst op een onderscheid tussen de handeling en het innerlijke gevoel van liefde of aantrekkingskracht.
De aya die we zojuist hebben besproken, 7:81, richt zich op de *handeling* ("تَأْتُونَ ٱلرِّجَالَ", `ta'tūna al-rijāl` - "jullie benaderen/bedrijven de mannen") en de *motivatie* ("شَهْوَةًۭ", `shahwa` - "door lust gedreven"), die vervolgens wordt gekarakteriseerd als een extreme overtreding ("مُّسْرِفُونَ", `musrifūn` - "grensoverschrijdend volk"). De commentaries van Ibn Ashur en Al-Razi, die we hebben bekeken, richten zich inderdaad op deze fysieke daad en de onderliggende ontaarde lust die tot de handeling leidde.
Het is waar dat de Qur'an, in de context van de veroordeling van het volk van Lut, expliciet spreekt over de seksuele *handeling* tussen mannen en de `shahwa` (lust) die daarbij hoort. De primaire focus van deze verzen ligt op de concrete actie en het ethische oordeel daarover. De teksten beschrijven het als een afwijking van de natuurlijke orde en de grenzen die Allah heeft gesteld voor het vervullen van verlangens, met name door het nalaten van hetgeen halal is (vrouwen).
U merkt terecht op dat het concept van "liefde voelen" tussen personen van hetzelfde geslacht, losgekoppeld van de seksuele handeling, niet direct wordt benoemd of verboden in de Qur'an. De verzen richten zich op het gedrag en de ethische implicaties daarvan, en het is aan de lezer om hierover dieper na te denken in relatie tot innerlijke gevoelens.
De discussie over `shahwa` in de tafsir, zoals die van Ibn Ashur, benadrukt dat het hier gaat om een *vreemde* lust die de normale, gezonde grenzen van verlangen overschrijdt, en die `al-isrāf` (buitensporigheid) in `shahawāt` (lusten) weerspiegelt. Dit duidt op een gedragscomponent, namelijk het najagen en uitoefenen van deze specifieke lust.
De kwestie die u aanhaalt, namelijk het onderscheid tussen innerlijke gevoelens en concrete daden, is een onderwerp van uitgebreide theologische en spirituele reflectie in de Islamitische traditie, niet alleen met betrekking tot dit specifieke vraagstuk, maar ook ten aanzien van vele andere menselijke verlangens en emoties. De Islamitische ethiek maakt vaak een onderscheid tussen een gedachte of gevoel dat opkomt in het hart, en de bewuste keuze om dit gevoel te vertalen naar een daad, waarbij de verantwoordelijkheid doorgaans bij de actie ligt.
De tafsir van Ibn Ashur benoemt ook dat het volk van Lut `ādūn` (عادون) was, wat `overtreders` betekent. Dit is een andere term die de aard van hun gedrag beschrijft, en die een verdieping biedt van hun `isrāf`.
Bron: Ibn Ashur (Al-Tahrir wa al-Tanwir), Al-Razi (Mafatih al-Ghayb)